EFeCT International Symposium 2009
De Kracht van Agressie en Conflict
in Jeugdzorg, Onderwijs en Gezin

23 april 2009 Amsterdam
 
Workshop overzicht  
 
 

Workshop overzicht



A. LSCI in de praktijk van een kleinschalig residentieel project
(Cardea Jeugdzorg)


Christine Bexelius en collega’s (Nederland)
Een interactieve workshop, geïllustreerd met filmmateriaal, die laat zien hoe de methodiek van LSCI gebruikt wordt in een kleinschalig residentieel project. Ervaringen van groepsleiding met betrekking tot het toepassen van LSCI in de praktijk staan centraal.

Christiene Bexelius is werkzaam als groepswerker bij de ‘kleine behandelgroep’ van Cardea Jeugdzorg te Leiden.

B. Vergelijking van evidence-based methodieken rond agressieregulatie en woedebeheersing


Marjolein Oudhof (Nederland)

Gepresenteerd wordt een in 2007 gemaakte vergelijking van effectieve methodieken voor het versterken van de agressieregulatie en woedebeheersing bij kinderen en jongeren, eventueel via hun ouders. Aan de hand van verschillende criteria is gekeken welke methodiek het meest geschikt is voor problematische gezinnen met kinderen of jongeren met milde tot ernstige gedragsproblemen.

MSc. Marjolein Oudhof, orthopedagoog, is werkzaam bij het Nederlands Jeugdinstituut (NJi), Afdeling Jeugdzorg en Opvoedhulp, als inhoudelijk medewerker

C. De Spirit! van LSCI


Monique van Kemp en Ellen Verzantvoort (Nederland)

In deze workshop kunt u kennisnemen van de belevenissen rond de pilot van LSCI op twee residentiele afdelingen van Spirit: De aanpak, de investering en de resultaten. We besluiten met onze ‘zoektocht’ om LSCI een plek te geven binnen de ambulante gezinsbegeleiding (Transfer of change van groep naar huis).

Monicque van Kemp (psycholoog) en Ellen Verzantvoort (orthopedagoog) werken voor de afdeling ‘Beter met Thuis’ van Spirit.

D. Conflictmanagement in jeugdzorg, onderwijs en gezinsbegeleiding


Dr. Franky D’Oosterlinck (Belgie)
Binnen de jeugdzorg, het onderwijs en de gezinsbegeleiding worden verschillende theoretische visies gebruikt om de hulpverlening voor kinderen met gedrags- en emotionele stoornissen vorm te geven. Het op elkaar afstemmen van deze theorieën, zal het effect van de behandeling verhogen. In deze workshop stellen we voor om onder andere coöperatief leren, LSCI en het contextueel werken samen te brengen.

Franky D’Oosterlinck is directeur van het semi-internaat Orthopedagogisch Observatie en BehandelingsCentrum (OOBC) ‘Nieuwe Vaart’ te Gent (België), doctor in de Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Gent en Master Trainer in LSCI.

E. Implementatie van LSCI en effectonderzoek in Vlaanderen: 2 voorbeelden


Bram Soenen (Belgie)
Korte beschrijving: Gedurende de voorbije 3 schooljaren werd LSCI als methodiek voor conflicthantering geïmplementeerd in het Provinciaal Instituut Heynsdaele te Ronse. Aan deze implementatie werd een effectonderzoek gekoppeld. Het proces van implementatie en de resultaten van het onderzoek worden besproken. In augustus 2008 startte een gelijkaardig project in het Orthopedagogisch Centrum Sint-Idesbald te Roeselare. Het opzet en de doelstellingen van dit project worden besproken

Bram Soenen is Orthopedagoog en werkzaam bij OOBC Nieuwe Vaart Gent en Orthopedagogisch Centrum Sint-Idesbald Roeselare.

F. Geweldloos opvoeden en gedragsmoeilijkheden: contradictie of noodzakelijkheid?


Gerrit De Moor (Belgie)

Het paradigma van geweldloosheid en geweldloos opvoeden is ontwikkeld door dr. Pat Patfoort, een Belgische antropologe. Zij definieert geweld als elke relatievorm waarin een Meerdere en een mindere is. Vanuit een analyse van geweld poneert zij een ander paradigma: geweldloosheid, met als basis gelijkwaardige relaties. Dit paradigma werd toegepast in het werken met een leefgroep in residentiëel verband van jongeren met gedragsmoeilijkheden en emotionele stoornissen.

Gerrit De Moor is hoofdopvoeder K.O.C. Sint-Gregorius Gentbrugge (België) en Senior Trainer in Life Space Crisis Intervention.

G1. Fysieke interventies bij escalaties in onderwijs en jeugdzorg in een context geplaatst


Yvonne van Engelen (Nederland)
Hoewel een preventieve aanpak van agressie en geweld altijd de voorkeur heeft, is het met enige regelmaat onvermijdelijk om fysiek in te grijpen bij incidenten in het onderwijs en de jeugdzorg. Helaas laten professionals in de praktijk op dit gebied nog vaak een onsamenhangende, ongepaste en, vanuit beroepsethisch perspectief, onverantwoorde benadering zien die zowel de pupil als de professional als de werkrelatie schade kan toebrengen. De wijze waarop en de context waarin fysiek ingrijpen plaats vindt is dus van cruciaal belang voor de afloop van dergelijke interventies en het verdere (be)handelingsverloop.

In deze workshop worden voorwaarden en een aantal kwaliteitseisen geschetst waarmee fysiek ingrijpen een passende en verantwoorde interventie kan worden, mits professionals daarin adequaat worden getraind. Meer erkenning en ondersteuning vanuit Ministerie en Inspectie zou daarbij een wenselijke ontwikkeling zijn. In de workshop wordt ruimte geboden voor de eigen inbreng en ervaring van de deelnemers en voor discussie.

Drs. Yvonne van Engelen (Orthopedagoog Generalist NVO, GZ-psycholoog BIG, Supervisor NVO OG).

Na diverse jaren werkzaam te zijn geweest in verschillende sectoren van de jeugdzorg en de jeugd-GGZ als groepsleider, middel manager en GZ-psycholoog, werkt Yvonne sinds 2000 als diagnosticus, supervisor en begeleider van leerkrachten in het speciaal (basis)onderwijs voor kinderen met emotionele en gedragsstoornissen en/of leerstoornissen of verstandelijke beperkingen en hun ouders.

Zij is tevens trainer en opleider Agressiehantering bij CONNECTING, maatschap voor consult & training, specifiek gericht op de sectoren jeugdzorg, onderwijs en verstandelijk beperktenzorg en ze is sinds de jaren ’90 betrokken bij de ontwikkeling, training en opleiding van Aandachtsfunctionarissen/Trainers Agressiehantering en Sociale Veiligheid (ATAS). In dit kader werd ze recentelijk tevens getraind in LSCI.
In de afgelopen jaren organiseerde zij met CONNECTING internationale conferenties t.a.v. agressiehantering voor trainers en schreef en presenteerde zij op verschillende internationale congressen over agressiehantering in de jeugdzorg en het onderwijs. Momenteel is zij secretaris en vice voorzitter van de in november 2008 officieel opgerichte associatie ‘European Network of Trainers in the Management of Aggression (ENTMA08)’.

L. Een PAD naar minder agressie


Kees van Overveld
Het Programma Alternatieve Denkstrategieën (PAD) is een meerjarig en groepsgewijs uit te voeren preventieprogramma voor het primair onderwijs. PAD richt zich op vier deelgebieden van de sociaal-emotionele ontwikkeling: zelfbeeld, zelfcontrole, emoties en probleemoplossen. Het programma wordt wereldwijd toegepast in o.a. de Verenigde Staten, Groot-Brittannie, Australie en Canada.

De effectiviteit van PAD is in buitenlands onderzoek meermaals aangetoond. In Nederland is de effectiviteit van het PAD-leerplan onderzocht door Louwe en Van Overveld. Uit het promotieonderzoek bleek dat de agressie van jongens in het primair onderwijs door het gebruik van het leerplan verminderde.

In deze workshop maakt u kennis met de verschillende onderdelen van het programma. Daarnaast krijgt u meer informatie over de resultaten van het Nederlands onderzoek naar de effectiviteit van het PAD-leerplan voor jongens met ernstige gedragsproblemen in het primair onderwijs.

Kees van Overveld
Dr. C.W. (Kees) van Overveld is werkzaam bij de Hogeschool Utrecht - Seminarium voor Orthopedagogiek. Hij is daar landelijk coordinator van het Expertisecentrum Gedrag. In 2008 is hij gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht met een proefschrift over de werkzaamheid van het PAD-leerplan op agressieve jongens in het primair onderwijs.


M. ‘Taakspel’


Marijke Roetering
‘Taakspel’ is een groepsgerichte methodiek om leerlingen te leren om zich aan klassenregels te houden. Taakspel vermindert onrustig en storend gedrag en bevordert taakgericht gedrag van leerlingen. Taakspel stimuleert de leerkracht om een positieve controle op gedrag te houden door het gewenste gedrag van leerlingen te versterken en het negatieve gedrag zoveel mogelijk te negeren. Deze positieve controle op gedrag heeft een positief effect op de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerlingen en geeft een beter onderwijsleerresultaat in de klas.
De achterliggende theorie van Taakspel is het Amerikaanse programma The Good Behaviour Game en is gebaseerd op de leertheorie.

Marijke Roetering is orthopedagoog en GZ-psycholoog BIG, is werkzaam als onderwijsadviseur bij CED-groep in Rotterdam

Engelstalige workshops >

top